Categorie archief: Ziektebeelden

Ziektebeelden

Zuurbranden

Wat is het?

Zuurbranden, brandend maagzuur of pyrosis is een pijnlijk, branderig of warm gevoel achter uw borstbeen. Dit gevoel heeft vaak de neiging om te stijgen in de richting van de keel.

De oorzaak is meestal een niet goed afsluitende overgang van de slokdarm naar de maag, waardoor maagzuur vanuit de maag in de slokdarm kan komen.

Soms is sprake van een combinatie van het bovenstaande met een middenrifsbreukje.

Zuurbranden is een zeer vaak voorkomende klacht waar één op de drie Nederlanders wel eens last van heeft.

Hoe herken je het?

De meest herkenbare klacht van zuurbranden is het pijnlijke, branderige of warme gevoel achter het borstbeen. Dit kan soms gepaard gaan met:

•voedselpassagestoornissen

•nachtelijke hoestbuien

•verhoogde speekselproductie

•opboeren

•het terug omhoog komen van voedsel – met name na de maaltijd

Hoe ontstaat het?

De meest voorkomende oorzaken van zuurbranden zijn:
•het niet goed functioneren van de sluitspier tussen de slokdarm en de maag, al dan niet in combinatie met een middenrifsbreukje. Hierdoor kan er zure maaginhoud terugvloeien in de slokdarm, wat voor de pijn zorgt en soms zelfs tot beschadiging van het slokdarmslijmvlies kan leiden

•het eten of drinken van prikkelende stoffen zoals bijvoorbeeld alcohol, koffie en scherpe kruiden

•stress of spanningen

•overgewicht

Is het ernstig en wat kun je verwachten?

Zuurbranden als gevolg van een niet goed werkende sluitspier tussen slokdarm en maag is over het algemeen niet ernstig.

Het kan vaak goed worden voorkomen door het aanpassen van de eetgewoonten, en door het navolgen van een aantal eenvoudige leefregels. Zo nodig kan zuurbranden met behulp van medicijnen worden behandeld. Slechts af en toe kan zuurbranden leiden tot een blijvende beschadiging van de slokdarm.

Als zuurbranden voorkomt in combinatie met meerdere bovenbuikklachten, zoals bijvoorbeeld misselijkheid, overgeven of lokale buikpijn, dan kan dit een aanwijzing zijn voor een onderliggende oorzaak zoals bijvoorbeeld een maagzweer. In dat geval is het verstandig om een afspraak bij de huisartsenpraktijk te maken.

Wanneer naar de huisarts?

Zuurbranden verdwijnt meestal na het drinken van melk, gebruik van zuiveringszout of (zelfzorg)geneesmiddelen. Als de klachten vaak terugkomen, is het verstandig om een arts te raadplegen.

Er is een aantal kenmerken waarbij het verstandig is om direct contact op te nemen met de huisarts:
•pijn achter het borstbeen die uitstraalt naar de armen en/of de kaak en die (soms) toeneemt bij inspanning

•wanneer u het gevoel heeft dat het eten blijft steken in de slokdarm

•bij fors gewichtsverlies in korte tijd (enkele weken)

•bij pijn in de bovenbuik in combinatie met bloedbraken

•bij de aanwezigheid van zwarte ontlasting

Wat kun je er zelf aan doen?

Zoals gezegd verdwijnt zuurbranden meestal na het drinken van melk, gebruik van zuiveringszout of (zelfzorg)geneesmiddelen.

De (zelfzorg)geneesmiddelen zijn in twee groepen onder te verdelen:
•Maagzuurbinders. Deze zijn vrij verkrijgbaar in de vorm van poeders, dranken of kauwtabletten (calcium- natrium- of magnesiumcarbonaat; magnesium- of aluminiumhydroxide)

•Maagzuurremmers. Deze zijn verkrijgbaar op recept in de vorm van tabletten. Deze middelen worden behalve bij zuurbranden ook gebruikt bij maagwandontstekingen en bij maag- of twaalfvingerige darm-zweren

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 6.0/10 (1 vote cast)
VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0 (from 0 votes)

Ziekte van Pfeiffer

Wat is het?

De ziekte van Pfeiffer is een infectie met het Epstein-Barr virus.

Verschijnselen

•keelpijn

•koorts

•vermoeidheid

•algemeen ziek zijn

Voorkomen

De ziekte komt vooral voor onder jongeren. In Nederland krijgen jaarlijks gemiddeld vier van de 1000 jongeren tussen de 15 en 24 jaar, de ziekte van Pfeiffer.

Als een tiener klachten heeft van aanhoudende keelpijn en moeheid kan er sprake zijn van de ziekte van Pfeiffer.

Andere namen voor de ziekte van Pfeiffer zijn:

•kissing disease

•mononucleosis infectiosa

•klierkoorts

Epstein-Bar virus
Het virus dat de ziekte van Pfeiffer veroorzaakt is het Epstein-Barr virus. Dit behoort tot de familie van herpesvirussen.

Tot de familie van herpesvirussen behoort onder andere:

•het virus dat een koortslip veroorzaakt
•het virus dat waterpokken en gordelroos veroorzaakt

Hoe herken je het?

Verschijnselen

•aanhoudende keelpijn

•koorts

•vermoeidheid

•gezwollen klieren in de hals

Verschijnselen die ook kunnen voorkomen

•spierpijn

•hoofdpijn

•misselijkheid

•gebrek aan eetlust

Onderzoek door de arts

De arts vindt bij onderzoek:

•gezwollen lymfeklieren in de hals, oksels en liezen
•gezwollen amandelen
•vaak opgezette lever en milt
•soms huiduitslag (rode vlekjes), vooral na antibiotica
•er kan sprake zijn van lichte geelzucht
Diagnose door de arts
De diagnose wordt bevestigd door bloedonderzoek. Daarbij worden afwijkende witte bloedlichaampjes gevonden en een positieve test op mononucleosis infectiosa.

Hoe ontstaat het?

De ziekte ontstaat door besmetting met het Epstein-Barr virus, meestal via het speeksel van iemand die het virus heeft. Vandaar ook de naam ‘kissing disease’.

Lang niet iedereen wordt ziek na besmetting.

Kinderen jonger dan 10 jaar worden vaak na besmetting niet ziek. Als ze ziek worden verloopt de ziekte meestal mild.

Tieners hebben echter vaker en meer last van de infectie. De tijd tussen besmetting en ziek worden is vier tot tien weken (incubatietijd).

Is het ernstig en wat kun je verwachten?

De ziekte van Pfeiffer geneest meestal in twee tot vier weken vanzelf.
Men kan nog een aantal weken last houden van vermoeidheid, maar dit hoeft niet.

Complicaties zijn zeldzaam.

Wanneer naar de huisarts?

Neem contact op met de huisarts:

•bij aanhoudende keelpijn
•bij aanhoudende vermoeidheidsklachten

Om vast te stellen of er sprake is van de ziekte van Pfeiffer, doet de huisarts lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek.

Neem weer contact op met de huisarts als:

•de keelpijn erger wordt
•het slikken moeilijker gaat
•de patiënt zich zieker voelt
•zich onbegrepen klachten voordoen

Wat kun je er zelf aan doen?

•Er zijn geen speciale medicijnen voor de ziekte van Pfeiffer

•Men hoeft geen bedrust te houden, beter is het om rust te nemen naar behoefte

•Het is verstandig om een week of drie niet te sporten of zwaar lichamelijk werk te doen

•De lever is meestal ook in de ziekte betrokken en daarom kan men beter geen alcohol te gebruiken tijdens deze ziekte

•Het is belangrijk om goed te drinken. Koele dranken en waterijs kunnen de keelpijn verlichten

•Als men veel last heeft van pijn kan men een pijnstiller gebruiken, bijvoorbeeld paracetamol

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 1.0/10 (1 vote cast)
VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0 (from 0 votes)

Ziekte van Lyme

Wat is het?

Een teek is een spinachtig parasiet die zich voedt met bloed van mensen en dieren. De teek bijt zich vast in het lichaam van een mens of dier en zuigt zich binnen ongeveer een etmaal vol bloed.

In Nederland komen teken voor in bossen, duinen, heidevelden en gebieden met laag struikgewas of hoog gras.

Soms wordt tijdens de beet een bacterie overgedragen die de ziekte van Lyme kan veroorzaken.
De ziekte van Lyme wordt veroorzaakt door een bacterie (Borrelia burgdorferi) die via een tekenbeet op de mens kan worden overgedragen. Twee tot veertien procent van de teken in Nederland is besmet met deze bacterie en kan de ziekte dus overdragen. Andere veelgebruikte namen voor deze aandoening zijn: tekenbeetziekte en borreliose.

Hoe herkent u het?

De ziekte van Lyme kan veel verschijnselen en klachten veroorzaken. Het precieze verloop van de ziekte kan per patiënt verschillen.

Bij ongeveer de helft van de patiënten begint de ziekte met een rode kring rond of in de buurt van de beetplek, die zich langzaam uitbreidt (erythema migrans).

Eerste verschijnselen
Het komt regelmatig voor dat mensen hun tekenbeet niet hebben opgemerkt en dat de roodheid van de huid het eerste verschijnsel is. Terwijl de kring steeds groter wordt, verdwijnt in het midden ervan de verkleuring. Bij mensen met een donkere huid is dit beeld veel minder herkenbaar en lijkt het meer op een blauwe plek.

Latere verschijnselen
De roodheid van de huid ontstaat binnen ruim een maand na de beet en kan gepaard gaan een aantal klachten.

Deze klachten kunnen zijn:

•zich niet lekker voelen
•koorts
•hoofdpijn
•vermoeidheid
•spierpijn

Uiteindelijk verdwijnt de rode plek geheel. Toch kan de ziekte van Lyme zich dan nog verder door het lichaam verspreiden. De hierboven beschreven klachten kunnen verergeren.

Bovendien kunnen zich weken tot maanden (soms jaren) na de beet, klachten voordoen van vrijwel alle orgaansystemen.
Meestal zijn dit problemen in het zenuwstelsel (neurologische verschijnselen), hartklachten, problemen met het zicht (bijvoorbeeld dubbelzien) en gewrichtsklachten.
Met name de gewrichtsklachten en de neurologische verschijnselen kunnen chronisch worden.

Sommige mensen blijven kampen met vermoeidheid, geheugen- en concentratiestoornissen.

Hoe ontstaat het?

In zijn leven maakt een teek een aantal ontwikkelingsfasen door. Voor het overgaan van de ene fase in de volgende heeft de teek bloed nodig.
Vanuit zijn verblijfplaats springt hij op een geschikte voorbijganger. Dit kunnen mensen en dieren zijn.
Met zijn mondhoeken bijt hij zich vast in de huid en laat pas los wanneer hij voldoende bloed heeft gezogen.

Sommige teken zijn geïnfecteerd met de bacterie Borrelia burgdorferi. Terwijl de teek zich volzuigt met bloed, kan de bacterie worden overgedragen.

Om de ziekte te kunnen overbrengen, is meestal ongeveer een etmaal nodig. Wanneer een teek ernstig is geïnfecteerd of wanneer u de teek op een verkeerde manier verwijdert, kan de overdracht versneld worden.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Wanneer u bent gebeten door een teek, is de kans dat u de ziekte van Lyme krijgt erg klein. Toch is het erg belangrijk dat u alert bent op verschijnselen van de ziekte.
Op het moment dat de ziekte zich nog niet door uw lichaam heeft verspreid, kan een antibioticakuur het ziekteproces stoppen.

Is de ziekte eenmaal verspreid, dan is behandeling moeilijker. Een serie antibioticakuren, eventueel via een infuus, kan genezing bieden. Er blijft dan wel een kans dat de ziekte later weer opvlamt.

De ziekte van Lyme is niet besmettelijk van mens op mens: u hoeft dus niet bang te zijn dat u de ziekte aan anderen overdraagt.
Het doormaken van de ziekte van Lyme biedt geen immuniteit: u kunt de ziekte dus nog een keer krijgen. Daarom is het verstandig om alert te blijven op een tekenbeet.

Wanneer naar de huisarts?

Bent u gebeten door een teek en kunt u deze zelf niet verwijderen, of krijgt u verschijnselen van de ziekte van Lyme, ga dan naar de huisarts.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

– Vermijd tekenbeten en verwijder teken snel en goed
In de informatiefolder ‘Tekenbeet’ leest u hoe u tekenbeten zoveel mogelijk kunt voorkomen en hoe u de teek zo snel mogelijk op een goede manier verwijdert

– Wees alert op verschijnselen van de ziekte
Wanneer u bent gebeten door een teek, hou uw huid dan goed in de gaten. Als u merkt dat de kenmerkende roodheid van de huid optreedt, maak dan een afspraak bij uw huisartspraktijk

-Neem contact op met uw huisartsenpraktijk als u andere verschijnselen heeft, die op de ziekte van Lyme kunnen wijzen of waarover u zich zorgen maakt

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0.0/10 (0 votes cast)
VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0 (from 0 votes)

Wratten

Wat is het?

Wratten zijn goedaardige gezwelletjes van de huid, die meestal worden veroorzaakt door een virus. Het Latijnse woord voor wratten is verrucae.

Wratten komen vaak voor; vrijwel iedereen krijgt er wel eens mee te maken.

Er bestaan verschillende soorten wratten:

•de gewone wrat (verruca vulgaris)
•de ouderdomswrat (verruca seborrhica/verruca senilis)
•de voetwrat (verruca plantaris)
•de platte wrat (verruca plana)
•de steelwratjes (verruca filiformis)
•de waterwratjes (mollusca contagiosa)
•de genitale (op de geslachtsorganen) wrat (condylomata acuminata)
Eén op de tien kinderen tussen de vijf en zestien jaar heeft last van gewone of voetwratten. Deze komen het meest voor bij jongeren tussen de twaalf en zestien jaar.

Evenveel jongens als meisjes hebben last van wratten. Waterwratjes komen vooral bij jongere kinderen voor.

Hoe herken je het?

Er bestaan veel verschillende soorten wratten, die elk andere kenmerken hebben.

Gewone wratten
Gewone wratten zijn kleine ronde gezwelletjes op de huid. De grootte varieert van minder dan een millimeter tot meer dan een centimeter. Wratten voelen hard en ruw aan en hebben een hobbelig oppervlak.

Ze hebben dezelfde kleur als de huid. Vaak komen meerdere wratten in groepjes bij elkaar voor, vooral op de handen, de knieën en in het gezicht.

Ouderdomswratten
Ouderdomswratten zijn kleine, vettige plekjes die iets op de huid liggen. De wratten zijn in eerst geel en verkleuren later bruin tot zwart. Ze komen vooral voor bij mensen ouder dan vijftig jaar en worden vaak gezien op het gezicht, de borst, de buik en de rug. U kunt het ontstaan van deze wratten niet voorkomen.

Voetwratten
Wratten op de voet zijn plat en komen vooral voor op de voetzool. Deze zijn ook huidkleurig en hebben dezelfde grootte als normale wratten. Soms groeien ze in de diepere huidlagen en geven ze pijnklachten bij het lopen.

Voetwratten komen vaker in hun eentje voor dan in groepjes. Een voetwrat kan makkelijk verward worden met een eksteroog of likdoorn. Een likdoorn is vaak pijnlijk en bevindt zich meestal onder de voetzool, op de tenen of tussen de vierde en vijfde teen. Een likdoorn bestaat uit eelt en ontstaat op plaatsen met druk.

Platte wratten
Platte wratten zijn glad en vlak. Vaak zijn deze huidkleurig of lichtbruin van kleur. Ze zijn enkele millimeters groot. Meestal bevinden ze zich op het gezicht, de armen of de benen.

Steelwratjes
Steelwratjes zijn uitstulpsels op een klein steeltje. Ze zijn huidkleurig en enkele millimeters groot. Steelwratjes worden vooral gezien in het gezicht en in de hals.

Waterwratjes
Waterwratjes zijn kleine ronde gezwelletjes van enkele millimeters groot die vooral bij kinderen voorkomen. In het midden van het waterwratje zit een putje. Meestal zijn deze wratjes wit of doorschijnend van kleur.

Als op een waterwratje gedrukt wordt, komt er witte substantie naar buiten. Ze komen overal op het lichaam voor, vooral op de romp, de armen en de benen, en juist niet zo vaak op de handen en voeten.

Genitale wratten
Genitale wratten bevinden zich op de huid en slijmvliezen in het gebied van de anus en het geslachtsorgaan. Ze zijn rozerood tot bruin gekleurd en hebben een bloemkoolachtig uiterlijk. De wratten zijn 1 tot 5 mm groot.

Soms kunnen ze klachten geven van pijn, jeuk of branderigheid bij het plassen of pijn bij de gemeenschap. Besmetting vindt plaats via seksueel verkeer.
U kunt meer hierover lezen in de informatiefolder ‘Genitale wratten’.

Hoe ontstaat het?

De meeste wratten ontstaan door een infectie van de huid met het humaan papilloma virus. Dit virus kan gemakkelijk opgelopen worden in ruimtes waar veel kinderen komen die zelf wratten hebben, zoals in zwembaden en gymzalen.

Het virus veroorzaakt een infectie van de huid, waardoor de huidcellen sneller gaan delen en een dikkere hoornlaag dan normaal gaan vormen. Meestal zit er enkele maanden tussen de besmetting met het virus en het ontstaan van de wratten.

Waterwratjes en genitale wratten worden veroorzaakt door een ander virus. Waterwratjes worden overgedragen door aanraken van de huid van iemand met waterwratjes, of door het spelen met hetzelfde speelgoed.
Genitale wratten worden overgedragen via seksueel contact.
De oorzaak van ouderdomswratten is niet bekend.

Is het ernstig en wat kun je verwachten?

Wratten zijn niet gevaarlijk
Wratten zijn niet gevaarlijk voor de gezondheid, maar kunnen wel jeuken of ontsierend zijn. Voetwratten geven soms pijn bij het lopen. Ook kan er een infectie van de huid ontstaan op de plaats waar de voetwrat zit.

Wratten verdwijnen spontaan
De meeste wratten verdwijnen binnen twee jaar na het ontstaan vanzelf. Zwarte puntjes in de wrat zijn vaak een teken dat de wrat zal gaan verdwijnen. Voetwratten kunnen hardnekkig zijn.

Wratten zijn erg besmettelijk
Het wrattenvirus kan zich gemakkelijk verspreiden over de huid door krabben en wrijven. Hierdoor kunnen plekken met wel tientallen wratten ontstaan. Het wrattenvirus wordt gemakkelijk overgedragen.
Ouderdomswratten zijn niet besmettelijk.

Behandeling
Als u de wratten erg hinderlijk vindt, of als ze op een ontsierende plaats zitten, kunnen de wratten behandeld worden door de huisarts of de huidarts (dermatoloog).

Er bestaan diverse behandelmethoden, de resultaten van de behandelingen zijn vergelijkbaar.

Voorbehandeling
Vooral bij voetwratten kan het nodig zijn de wratten voor te behandelen, om de dikke hoornlaag los te weken. Dit gebeurt door op de wrat een pleister te plakken met een weekmakend zalfje. De pleister wordt één tot twee keer per dag vervangen.

De huid rondom de wrat moet beschermd worden met vaseline of zinkolie. Het week geworden hoornlaagje zal vervolgens een aantal keer weggeschraapt worden. Deze voorbehandeling kan soms al voldoende zijn om de wrat te laten verdwijnen.

Vloeibare stikstof
Als het bovenste hoornlaagje is verdwenen, kan het overgebleven gedeelte van de wrat behandeld worden met vloeibare stikstof. Het aanstippen met vloeibare stikstof kan pijnlijk zijn.

Na ongeveer tien dagen ontstaat een blaar, waardoor het overgebleven gedeelte van de wrat van de huid afvalt. Soms is het nodig de wrat een paar keer te behandelen met vloeibare stikstof. Op de plaats waar de wrat heeft gezeten, kan een littekentje achterblijven. Huisartsen houden vaak een speciaal ‘wrattenspreekuur’ waarop zij wratten aanstippen met vloeibare stikstof.

Behandeling met zalf of crème
Er zijn verschillende zalven en crèmes die gebruikt kunnen worden om wratten te laten verdwijnen. Meestal zult u tweemaal daags moeten smeren.

Andere behandelmogelijkheden
Als de behandeling met vloeibare stikstof of zalf te weinig resultaat heeft, zijn ook andere behandelingen mogelijk. Meestal worden deze behandelingen door een huidspecialist uitgevoerd. Soms doet de huisarts deze behandelingen ook zelf.
Zo kan met een scherp lepeltje de wrat uit de huid gelepeld worden.

Ook is het mogelijk de wrat weg te branden, door hem te verhitten of te behandelen met laser. Omdat deze behandelingen pijnlijk zijn, zal de huid voor beide behandelingen verdoofd worden met een injectie.

Wratten komen vaak weer terug
Bij de helft van de behandelde wratten komen de wratten, ondanks een goede behandeling, terug om na verloop van tijd vanzelf weer te verdwijnen.

Wanneer naar de huisarts?

Als u geen last heeft van de wratten, hoeft u geen contact met de huisarts op te nemen.

U kunt een afspraak maken met de huisartspraktijk als u de wratten weg wilt laten halen, omdat u de wratten ontsierend vindt of als deze hinderlijk zijn.

Ook is het verstandig om een afspraak te maken als u twijfelt of er wel sprake is van een wrat, omdat de wrat gaat bloeden, van kleur verandert, pijn doet of voorkomt bij een kind dat jonger is dan vier jaar.

Genitale wratten kunnen vanwege de grote besmettelijkheid het best wel behandeld worden.

Wat kun je er zelf aan doen?

Spontaan beloop afwachten
De meeste wratten verdwijnen spontaan in de loop van enkele maanden tot twee jaar. U kunt dus meestal rustig afwachten tot de wratten spontaan verdwijnen. Behandelen is niet nodig.

Wrattentinctuur gebruiken
Als u zelf wat wilt doen aan de wratten, kunt u gewone wratten en voetwratten zelf behandelen door ze dagelijks aan te stippen met wrattentinctuur. Dit kunt u zonder recept verkrijgen bij de drogist of huisarts.
Door de wrat met deze oplossing aan te stippen, zal deze verweken en eventueel verdwijnen.

Deze behandeling is niet pijnlijk. De huid rondom de wrat kunt u beschermen door in te smeren met vaseline.

Verspreiding voorkomen
Het is belangrijk om te voorkomen dat de wratten zich verspreiden.

Dit kunt u doen door:
•niet aan de wratten te krabben
•na het aanraken van de huid met wratten, uw handen en eventueel die van uw kind goed te wassen
•over de wrat een pleister te plakken
•slippers of gymschoenen te dragen in openbare ruimtes
•niet nagels te bijten of te duimzuigen

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0.0/10 (0 votes cast)
VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0 (from 0 votes)

Tandvleesontsteking (parodontitis)

Wat is het?

Bij een tandvleesontsteking is het tandvlees ontstoken. Een ander woord hiervoor is gingivitis. De tandvleesontsteking kan zich uitbreiden en overgaan in een ernstige vorm die we parodontitis noemen.

Gingivitis
Na onvoldoende reiniging van de tanden kan er tandplak achterblijven. In sommige gevallen leidt dit tot een ontsteking van het tandvlees: gingivitis. Deze ontsteking kan zich uitbreiden naar het ondergelegen kaakbot. Door de ontsteking wordt het kaakbot opgelost.

Parodontitis
Paradontis is een vergevorderde tandvleesontsteking. Het kaakbot lost op en kan uiteindelijk verdwijnen. Hierdoor gaan tanden en kiezen los staan en soms gaan ze zelfs verloren. Dit stadium noemen we parodontitis. Een tandvleesontsteking kun u laten behandelen, om het verlies van tanden en kiezen te voorkomen.

Hoe herken je het?

Kenmerken van gezond tandvlees:

•Roze
•Ligt strak om de tanden en kiezen
•Bloedt niet bij het poetsen of eten
Kenmerken van ontstoken tandvlees:

•Meestal rood
•Gezwollen
•Begint bij aanraking te bloeden
•Tandvlees ligt ‘los’ om de tand of kies
Kenmerken van parodontitis:
•Tandvlees ligt los om de tand of kies, ondanks dat het kaakbot soms voor een deel is opgelost
•De zwelling van het tandvlees camoufleert soms het verlies van het kaakbot. Daardoor is het moeilijk te zien hoe ernstig de situatie is
•Typische mondgeur, door bacteriën die de ontsteking veroorzaken
•Onaangename smaak, door de bacteriën die de ontsteking veroorzaken
Als u denkt dat u ontstoken tandvlees hebt, kunt u naar een tandarts, mondhygiëniste of een parodontoloog gaan. Dit is een tandarts die zich heeft gespecialiseerd in tandvleesbehandelingen.

Hoe ontstaat het?

Tandvleesontsteking ontstaat door onvoldoende mondhygiëne. Hierdoor blijft tandplak achter op de tanden en kiezen. Tandplak bestaat voornamelijk uit bacteriën en voedselresten. De bacteriën veroorzaken tandvleesontsteking. Tandplak is wit of geel van kleur en is daardoor moeilijk te zien.
Als tandplak verkalkt, ontstaat er tandsteen. Dit is een hard materiaal dat stevig en goed aan het tandoppervlak vastzit. Als er geen tandplak aanwezig is, kan er ook geen tandsteen ontstaan.

Naast het tandsteen en onder het tandvlees kan weer nieuwe tandplak komen. Dit kan verkalken en zo tandsteen worden. Op deze manier verplaatst het tandsteen zich steeds verder richting het kaakbot.

De ontsteking wordt dan steeds erger en het kaakbot wordt steeds verder opgelost. Als gevolg van de ontsteking gaan ook de vezels kapot, die de tand met het kaakbot verbinden. De pocket wordt daardoor dieper. Dit is de smalle ruimte tussen tandvlees en tanden en kiezen. Naarmate dit proces vordert, gaat de tand steeds losser staan. Dit proces wordt parodontitis genoemd. Het kan uiteindelijk leiden tot het verlies van de tand of kies.

De snelheid van de ontsteking is afhankelijk van:

•De soort bacteriën die in de mond voorkomen
•Mondhygiëne
•Algemene weerstand
•Leefgewoonten
•Roken (dit heeft een negatieve invloed op de gezondheid van uw tandvlees en op het vermogen tot herstel)

Is het ernstig en wat kun je verwachten?

Een tandvleesontsteking begint soms onschuldig, maar kan al lange tijd aanwezig zijn, zonder opgemerkt te worden. De zwelling van het tandvlees camoufleert de botafbraak, waardoor de ontsteking niet of nauwelijks zichtbaar is. Daarom is het verstandig om regelmatig de tandarts te bezoeken. Dit kan voorkomen dat u een ontsteking heeft die lange tijd niet is opgemerkt. Bij sommige mensen leidt dit tot het verlies van één of meer tanden.

Wanneer naar de huisarts?

Het is zinvol om regelmatig voor controle naar de tandarts te gaan. Als de tandarts een ontsteking bij u constateert, dan kan hij u behandelen of doorverwijzen naar een mondhygiëniste of een parodontoloog. De behandeling moet worden ondersteund door een goede mondhygiëne. Hij legt u uit hoe u het beste kunt poetsen met een ‘gewone’ tandenborstel of met een elektrische tandenborstel. Ook het gebruik van tandenstokers en flossen zijn onderdeel van de behandeling.
Het succes van de behandeling ligt voor het grote deel in het bereiken van een goede mondhygiëne. Na behandeling is uw tandvlees weer gezond, maar kan door de botafbraak wat zijn teruggetrokken. In sommige gevallen kan bijvoorbeeld een parodontoloog deze situatie corrigeren.
Als u last heeft van gingivitis, merkt u dat uw tandvlees gevoelig is en bij het poetsen gaat bloeden. Heeft u last van parodontitis, dan heeft u misschien gemerkt dat er tanden en/of kiezen los zijn komen te staan. In de meeste gevallen zal het echter uw tandarts zijn, die u erop attent maakt dat er sprake is van parodontitis.
De tandarts kan tandplak verwijderen en daarmee de bron van de infectie. Deze behandeling kan ook gedaan worden door een mondhygiëniste of parodontoloog.

Wat kun je er zelf aan doen?

Een goede mondhygiëne is belangrijk bij het voorkomen van tandvleesontsteking. Een beginnende tandvleesontsteking noemen we gingivitis. Dit is te verhelpen door een goede mondhygiëne, zoals twee à driemaal per dag poetsen en het gebruik van tandenstokers en flosdraad. Alleen spoelen met spoelmiddelen is niet voldoende. Heeft u tandsteen dat onder het tandvlees bevindt, dan kunt u het beste uw tandarts of mondhygiëniste raadplegen. In ernstige gevallen kan de parodontoloog u helpen.

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0.0/10 (0 votes cast)
VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0 (from 0 votes)

Prikkelbare darm

Wat is het?

Een prikkelbare darm is een aandoening die onder andere gekenmerkt wordt door:

•buikkrampen
•problemen met de ontlasting
Het is in principe onschuldig, maar kan wel heel vervelend zijn.

Soms wordt het ook nog wel spastisch colon of spastische darm genoemd. Die naam is echter niet helemaal juist: de darm is niet spastisch.
De internationale naam voor prikkelbare darm is Irritable Bowel Syndrome. Dat wordt afgekort tot IBS.

Hoe herken je het?

Er is sprake van een prikkelbare darm als u gedurende een langere tijd:

•afwisselend buikpijn of
•continu buikpijn heeft
Bovendien moet dat gepaard gaan met minstens één van de volgende verschijnselen:
•een opgeblazen gevoel in de buik of het gevoel dat de buik opgezet is
•een wisselend ontlastingspatroon (meer dan drie keer per dag of minder dan drie maal per week)
•abnormale vorm van de ontlasting (harde keutels, zacht of waterig)
•veranderde ontlastingpassage:

◦abnormaal persen
◦loze aandrang
◦het gevoel dat er iets is achtergebleven na de ontlasting
•slijm zonder bloed bij de ontlasting
•veel gasvorming
•bij drukken op de buik een pijnlijke en gevoelige dikke darm
•pijn die afneemt na de ontlasting

Soms gaat het ook gepaard met:

•misselijkheid
•minder goed verteren van voedsel
•moeheid
•klachten bij het plassen
•klachten van stress, angst en depressieve aard

Hoe ontstaat het?

Hoe een prikkelbare darm ontstaat is nog niet helemaal duidelijk.

Volgens sommige onderzoeken komt het door te weinig vezels in onze voeding.

Anderen denken dat het komt door het gebruik van melkproducten.

Er zijn ook nog diverse anderen oorzaken waaronder psychische spanningen, die mogelijk een rol spelen.

Ondanks uitgebreid onderzoek schiet de bewijsvorming tekort en geen van deze veronderstellingen heeft al tot een echt bewijs geleid.

Is het ernstig en wat kun je verwachten?

In principe is een prikkelbare darm geen ernstige aandoening.

Het komt heel veel voor bij de Nederlandse bevolking.
•Ongeveer bij 6 tot 20 mensen op de 1000 Nederlanders
•Het komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen
•Het komt meestal voor ongeveer vanaf het 15e tot het 65e levensjaar
Het veroorzaakt vaak langdurige klachten.
Bij mensen met een prikkelbare darm komen niet meer andere ziekten voor dan bij mensen die geen prikkelbare darm hebben.
Ook ontwikkelt een prikkelbare darm zich niet tot een andere aandoening, met andere woorden er is geen verhoogde kans op darmkanker.

Als de klachten voor het eerst optreden kan het raadzaam zijn daarmee een keer langs te gaan bij de huisarts(enpraktijk).

Wanneer naar de huisarts?

Omdat een prikkelbare darm een in principe onschuldige aandoening is, hoeft u er niet mee naar de huisarts te gaan.

Het is wel raadzaam om naar de huisarts te gaan in de volgende gevallen:

•Bij gewichtsverlies van 3 kg of meer in een maand tijd. Vooral als er geen duidelijke verklaring voor is, zoals het volgen van een dieet
•Als er darmkanker in de familie voorkomt
•Bij pijn laag in de buik
•Bij koorts of temperatuurverhoging
•Als er (bij vrouwen) een relatie tussen de buikpijn en de menstruatie lijkt te zijn
•Als er een relatie lijkt te zijn met het gebruik van medicijnen (antibiotica, calciumantagonisten, diuretica, codeïne, morfine), voedingsmiddelen, genotsmiddelen, melk, kunstmatige zoetstoffen, ‘light producten’ (sorbitol en aspartaam) of alcohol
•Na een verblijf in de (sub-)tropen of het Middellandse Zeegebied
•Bloed bij de ontlasting
•Langer dan twee weken diarree
•Hardnekkige klachten met ernstige hinder of als het normale dagelijkse functioneren eronder begint te lijden
•Als u zich ernstig ongerust maakt
•Bij een verstopping (obstipatie) die niet overgaat ondanks het gebruik van veel vezels en veel drinken
•Als u ouder bent dan 50 jaar

Wat kun je er zelf aan doen?

Probeer stress te voorkómen
In principe is een prikkelbare darm een onschuldige, maar wel vervelende aandoening. Soms kan door stress de klacht toenemen. Het is dus raadzaam om te proberen u er zo min mogelijk druk over te maken

Zorg voor voldoende lichaamsbeweging
Bij weinig lichamelijke activiteit is het raadzaam wat meer te gaan bewegen. Bijvoorbeeld dagelijks minimaal een half uur wandelen of fietsen. Meestal komt daardoor ook darm wat meer in actie

Zorg voor een regelmatig eetpatroon
De klachten kunnen samenhangen met een onregelmatig eetpatroon. Daarom wordt regelmatig eten volgens de richtlijnen van gezonde voeding aanbevolen
Ook bij klachten van obstipatie en diarree gelden de richtlijnen van gezonde voeding en het advies om voldoende vocht te gebruiken

Eet voldoende vezels en drink veel water
Als de prikkelbare darm gepaard gaat met verstopping (obstipatie) kan gebruik van voedsel met veel vezels en het drinken van veel vocht (bij voorkeur water) raadzaam zijn

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 9.0/10 (1 vote cast)
VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0 (from 0 votes)

Depressie (depressieve stoornis)

Wat is het?

Een depressieve stoornis (depressie) is een verstoring van de stemming ‘naar beneden’. Bij een depressie bent u overmatig somber, neerslachtig, lusteloos of vlak.

Depressieve stoornissen zijn samen met angststoornissen de meest voorkomende psychische problemen. Zo’n tien procent van alle mensen krijgt op een bepaald moment in het leven een serieuze depressie. Vrouwen blijken gemiddeld twee keer zo veel kans te hebben om een depressie te krijgen dan mannen.

Lang niet alle depressies worden echter opgemerkt. Soms duurt het niet zo lang en gaat het vanzelf weer over. Ook kan iemand al heel lang sombere gevoelens en andere depressieve verschijnselen ervaren, en daardoor denken dat deze klachten voor hem ‘normaal’ zijn. Hij zal hier dan geen hulp voor zoeken. Ook artsen en hulpverleners blijken depressies lang niet altijd te herkennen.

Niemand heeft een volstrekt stabiele stemming, bij iedereen schommelt de stemming. Sommige dagen voelt u zich wat minder goed, andere dagen weer prima. Zelfs binnen één dag kan de stemming bij veel mensen sterk wisselen. Deze schommelingen zijn normaal, mits ze binnen bepaalde grenzen blijven.

Bij een stemmingsstoornis is de stemming voor langere tijd duidelijk anders dan je zou mogen verwachten, ook zijn de dalen dieper en de toppen hoger. Psychiaters en psychologen spreken van een stemmingsstoornis, als er sprake is van een aantal klachten of verschijnselen, die enkele weken voortdurend aanwezig zijn en die het dagelijks leven van die persoon duidelijk bemoeilijken of ontwrichten.

Hoe herken je het?

Bij depressie is de ontregeling van de stemming belangrijk, maar naast een sombere, bedrukte stemming, kunnen er ook veel andere verschijnselen voorkomen:
•niet meer kunnen genieten van dingen of geen plezier meer hebben
•voortdurende moeheid, geen energie hebben, het gevoel dat alles moeite kost
•trager denken, bewegen en reageren of juist erg rusteloos en gejaagd zijn
•slaapproblemen, zoals niet kunnen inslapen en veel te vroeg wakker worden of juist een overmatige slaapbehoefte hebben, ‘s ochtends het bed niet uit kunnen komen, de hele dag in bed willen blijven
•problemen met eten, zoals geen eetlust meer hebben (afvallen) of juist de neiging hebben overmatig veel te eten
•toegenomen prikkelbaarheid, sneller geïrriteerd zijn
•concentratieproblemen, moeilijk de gedachten ergens langere tijd bij kunnen houden, moeilijk besluiten kunnen nemen
•een negatief zelfbeeld, een negatief beeld van anderen en een negatief toekomstbeeld
•doodsgedachten en/of –wensen
Deze lijst is niet volledig, maar maakt wel duidelijk dat een depressie er bij verschillende mensen heel anders uit kan zien. Zo zijn er mensen die duidelijk trager worden dan normaal, terwijl andere mensen juist heel rusteloos, gejaagd en angstig zijn. Dit wordt ook wel ‘geagiteerd’ genoemd.

De ene depressie is dus de andere niet. Een depressie gaat vaak samen met een angststoornis.

Wanneer er zeer langdurig (chronisch) depressieve verschijnselen bestaan, zoals een sombere stemming, spreken we van een dysthyme stoornis. Chronisch wil hier zeggen gedurende minstens twee jaar.

Hoe ontstaat het?

Een depressie kan in de loop van enkele dagen of weken ontstaan, maar er kan ook een lange periode aan voorafgaan waarin de klachten langzaam en sluipend toenemen. Het kan op elk moment in het leven voorkomen; ook in de jeugd.

Vaak uit een depressie zich bij kinderen wel op een andere manier, dan bij volwassenen. Depressieve kinderen kunnen bijvoorbeeld prikkelbaar of sociaal teruggetrokken zijn, en/of gedrags- en leerproblemen vertonen.

Er is niet één oorzaak aan te wijzen voor depressies. Het gaat om een combinatie van verschillende factoren die weer per persoon verschillen. Het krijgen van een depressie is nooit ‘uw eigen schuld’. U heeft deze niet zelf veroorzaakt en u heeft er niet voor gekozen om zich zo te voelen. Bij het verbeteren van de situatie kunt u zelf wel een belangrijk rol vervullen, door bijvoorbeeld snel deskundige hulp te zoeken en adviezen van hulpverleners op te volgen.

De oorzaken voor een depressie zijn onder te verdelen in psychologische, biologische en sociale factoren.

Psychologische factoren
Uw type persoonlijkheid speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van een depressie. Uw persoonlijkheid bepaalt hoe u in het leven staat en tegen uzelf, anderen en de wereld aankijkt. Depressieve mensen denken vaak negatief; zij voelen zich minder waard dan anderen. Negatief denken draagt bij aan de depressieve stemming en houdt deze mede in stand. Overigens kan het zo zijn dat diezelfde mensen, wanneer ze niet depressief zijn, veel minder negatief denken.

De negatieve gedachtenpatronen zijn vaak terug te voeren op nare en ingrijpende ervaringen in de jeugd. Dit betekent niet dat alle mensen die iets naars hebben meegemaakt ook depressief worden. Het is bovendien ook niet zo, dat mensen die geen duidelijk aanwijsbare negatieve ervaringen hebben, niet depressief kunnen worden.

Ook de manier waarop mensen met problemen en tegenslagen omgaan, kan belangrijk zijn bij het ontstaan van een depressie. Sommige mensen hebben, door allerlei ervaringen, de overtuiging dat zij zelf weinig invloed kunnen uitoefenen op hun leven. Het blijkt dat zij bij tegenslag eerder depressief zullen reageren, dan mensen die proberen actief hun eigen leven te sturen. Hevige teleurstellingen kunnen ook leiden tot depressieve gevoelens. Dit is vooral zo, wanneer mensen hun gevoelens over zo’n teleurstelling moeilijk kunnen uiten.

Biologische factoren
Uit onderzoek blijkt ook dat sommige mensen een erfelijke aanleg hebben om een depressie te ontwikkelen. Het gaat dan om een bepaalde verstoring van de overdracht van prikkels in de hersenen.

Neurotransmitters zijn stoffen die hierbij een rol spelen. Bij een depressie blijken bepaalde neurotransmitters in onvoldoende mate aanwezig te zijn, of niet te functioneren zoals ze behoren te doen. Het is nog niet duidelijk of zo’n biologisch probleem altijd aangeboren is, of dat het ook door bepaalde gebeurtenissen of omstandigheden kan komen dat de balans in de hersenen wordt verstoord.

Andere lichamelijke factoren kunnen ook een rol spelen bij het ontstaan van een depressie. Dit blijkt onder meer uit het feit, dat een depressie soms begint na een bevalling. Ook melden veel vrouwen die aan een depressie lijden, dat de klachten rond de menstruatie verergeren. Verder komen depressieve klachten rond de overgang nogal eens voor. Dit alles zou erop kunnen wijzen dat veranderingen in de hormonale huishouding, in ieder geval bij vrouwen, van invloed zijn.

Sociale factoren
Tot slot zijn er de sociale factoren die kunnen bijdragen aan het ontstaan van een depressie. Het gaat dan om ingrijpende levensgebeurtenissen, zoals het overlijden van een dierbare, zelf ernstig ziek worden, het verlies van werk of het verbreken van een relatie.

Behalve eenmalige gebeurtenissen, kunnen echter ook langer bestaande omstandigheden een rol spelen. Zo blijken mensen die in een sociaal isolement verkeren en dus weinig con tact hebben met anderen, vatbaarder te zijn voor een depressie. Maar ook langdurige rel atieproblemen of overbelasting door privé- en werkomstandigheden kunnen hierbij horen.

Ook hier geldt weer: niet iedereen die iets ingrijpends meemaakt, wordt ook depressief. Een ingrijpende gebeurtenis kan echter wel meespelen bij iemand die toch al een bepaalde kwetsbaarheid heeft.

Is het ernstig en wat kun je verwachten?

De meerderheid van de mensen die aan een depressie lijdt, herstelt na enige tijd. Het tijdstip van herstel kan optreden na weken tot maanden, en in sommige gevallen na jaren. Bij een deel van de mensen blijven de klachten in mindere mate, langere tijd bestaan.

Bij de meerderheid van de mensen is een depressie goed behandelbaar. Sommige van hen genezen volledig, anderen weten hun klachten zodanig onder controle te brengen, dat zij heel goed een plezierig leven kunnen leiden.

Helaas is het ook zo, dat voor een kleine groep mensen op dit moment geen goede behandelingen beschikbaar zijn. Een deel van de mensen die een depressie krijgt, zal daar op een later moment in het leven opnieuw mee te maken krijgen. We spreken dan van een recidiverende of terugkerende depressieve stoornis.

Hoe ellendig een depressie ook is, er kunnen soms ook positieve kanten aan zijn. Voor velen is de depressie een keerpunt in het leven, dat ze, hoe gek het ook klinkt, achteraf niet hadden willen missen. Het kan een waardevolle periode van bezinning zijn, waarna mensen hun leven een nieuwe, voor hen zinvollere invulling geven.

Wanneer naar de huisarts?
Wanneer u kenmerken van een depressie heeft, is het altijd verstandig contact op te nemen met uw huisarts. Het gaat dan niet om een dipje van een dag, maar over een langer durende ontregeling van de stemming, die gepaard gaat met andere kenmerken zoals ze eerder zijn genoemd.

De huisarts kan samen met u kijken of er inderdaad sprake is van een depressie en wat u daar het beste aan kunt doen. Hij of zij zal de mogelijkheden van behandeling met u bespreken en een advies aan u geven.

Medicatie
In eerste instantie zal vaak de vraag aan de orde komen of het verstandig is om medicijnen te gaan gebruiken. Het gaat dan om antidepressiva. Deze middelen verbeteren de overdracht van prikkels in de hersenen, door het tekort aan bepaalde neurotransmitters aan te vullen.

De depressie kan hierdoor verminderen of zelfs helemaal verdwijnen. Sommige mensen denken dat antidepressiva verslavend zijn, dit is onjuist.

Voor een goed effect is het vaak wel nodig de antidepressiva langere tijd te gebruiken, bijvoorbeeld een half jaar tot een jaar. Het zijn geen medicijnen die meteen werken, daar gaat enkele weken overheen.

Hoewel er in principe geen gevaar kleeft aan het gebruik van antidepressiva, krijgen sommige mensen, vooral in het begin, last van hinderlijke bijwerkingen, zoals misselijkheid, een droge mond of een verminderde zin in seks. Meestal gaan deze bijwerkingen na verloop van tijd over, of worden ze minder.

Soms is het nodig om verschillende soorten antidepressiva uit te proberen, voordat het medicijn wat bij u het beste aanslaat, gevonden is. Uw huisarts kan u meer vertellen over de werking van antidepressiva. Hij of zij kan de medicijnen zelf voorschrijven, of u hiervoor doorverwijzen naar een psychiater.

Therapie
Naast de behandeling met medicijnen zijn er verschillende andere therapieën wel of niet in combinatie mogelijk. Er zijn verschillende therapieën ontwikkeld waarvan is aangetoond, dat zij voor veel mensen een gunstig effect hebben op de depressieve klachten. De cognitieve gedragstherapie bijvoorbeeld, is erop gericht bepaalde denk- en gedragsgewoonten die bijdragen aan de depressie of hem mede in stand houden, te veranderen.

Een therapievorm die onder meer ingaat op ingrijpende gebeurtenissen in uw leven is de interpersoonlijke therapie (IPT). Hierin wordt aandacht besteed aan bepaalde thema’s zoals rouw en relatieproblemen. Hierbij ligt de nadruk op verwerking van het gebeurde, om vervolgens het eigen leven weer op te kunnen pakken.

Partnerrelatietherapie kan zinvol zijn wanneer de oorzaak van de depressie mede in bepaalde relatiepatronen ligt. Aangezien het feit dat een van de partners depressief is onvermijdelijk enige druk op de relatie legt, kan het sowieso nuttig zijn de partner bij de behandeling te betrekken. Dit geldt ook wanneer er geen duidelijke relatieproblemen spelen.

Behalve deze voorbeelden, waarvan de werking is aangetoond, zijn er nog vele vormen van therapie, die bedoeld zijn om depressieve klachten te verminderen. Met uw huisarts kunt u bespreken of psychotherapie voor u geschikt is. Hij of zij zal u hiervoor doorverwijzen naar een psycholoog of psychiater.

Eventuele lichamelijke aandoening
Tot slot: voor alle stemmingsstoornissen geldt dat verschijnselen die erg lijken op die van een depressie, ook een gevolg kunnen zijn van bepaalde lichamelijke ziektes. Deze klachten kunnen bijvoorbeeld worden veroorzaakt door de ziekte van Parkinson, een beroerte en afwijkingen van de schildklierfunctie.

Ook het gebruik van bepaalde medicijnen, alcohol of drugs kan van invloed zijn. Het is dus altijd belangrijk om dit goed uit te laten zoeken.

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0.0/10 (0 votes cast)
VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0 (from 0 votes)